Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Het college heeft ten onrechte de aanvraag om bijstand buiten behandeling gesteld. Appellant heeft alle beschikbare informatie overgelegd en het college had op grond daarvan het recht op bijstand kunnen en moeten vaststellen. Vernietiging besluit. De Raad voorziet zelf. Hennepkwekerij. Geen deugdelijke administratie. Appellant heeft niet op objectieve en verifieerbare wijze duidelijkheid verschaft over zijn inkomsten over de periode voorafgaand aan zijn aanvraag om bijstand met als gevolg dat niet kan worden vastgesteld of hij recht op bijstand heeft.

Uitspraak



14/1367 WWB

Datum uitspraak: 3 februari 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van

24 januari 2014, 13/1989 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Hengelo (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L. de Widt, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is, gevoegd met de zaken 13/5686 WWB, 13/5687 WWB, 14/1343 WWB en 14/1708 WWB, ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 9 december 2014. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen. Na de behandeling zijn de zaken weer gesplitst.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant heeft op 21 augustus 2012 een aanvraag om bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend met als gewenste ingangsdatum 4 augustus 2012. Voor de voorgeschiedenis van deze aanvraag verwijst de Raad naar zijn uitspraak van heden in de zaken 13/5686 WWB, 13/5687 WWB en 14/1343 WWB. Met deze uitspraak staat de intrekking en terugvordering van de aan appellant en zijn ex-partner verleende bijstand over de periode van 27 april 2010 tot en met 8 februari 2012 alsmede de afwijzing van de aanvraag om bijstand van 10 februari 2012 naar de norm voor gehuwden in rechte vast. De aanvraag van 21 augustus 2012 ziet op bijstand naar de norm voor een alleenstaande.

1.2.

Naar aanleiding van de aanvraag heeft het college appellant uitgenodigd voor een gesprek op 10 september 2012 en hem verzocht een aantal nader genoemde gegevens mee te nemen. Het college heeft appellant na dit gesprek bij brief van 28 september 2012 een hersteltermijn gegeven om de nog ontbrekende gegevens over te leggen. Voorts heeft het college naar aanleiding van de wel aangeleverde gegevens en de al bekende informatie verzocht om aanvullende gegevens en bewijsstukken. Bij brief van 19 oktober 2012 heeft het college appellant uitgenodigd voor een gesprek op 29 oktober 2012 om een toelichting te geven op de aangeleverde gegevens en de reden van het ontbreken van een aantal gegevens.

1.3.

Bij besluit van 12 november 2012 heeft het college de aanvraag van appellant met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling gesteld.

1.4.

Bij besluit van 9 juli 2013 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 12 november 2012 ongegrond verklaard. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat aan appellant is verzocht diverse gegevens en bescheiden over te leggen om duidelijkheid te verkrijgen over zijn financiële situatie en op welke wijze hij voorafgaand aan zijn aanvraag in zijn levensonderhoud heeft voorzien. Deze gegevens en bescheiden zagen onder meer op het door appellant geëxploiteerde en beëindigde bedrijf [bedrijf], de op 11 januari 2012 in het door appellant gehuurde pand [adres] aangetroffen hennepkwekerij en het in datzelfde pand eerder gevoerde confectiebedrijf. Voor een overzicht van de ontbrekende gegevens, op grond waarvan de aanvraag buiten behandeling is gesteld, heeft het college in het bestreden besluit verwezen naar de Rapportage afwijzen aanvraag van 6 november 2012 (rapportage).

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. Van een onvolledige of ongenoegzame aanvraag is onder andere sprake indien onvoldoende gegevens of bescheiden worden verstrekt om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb gaat het daarbij om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

4.2.

Appellant heeft aangevoerd dat hij alle beschikbare informatie heeft overgelegd en dat het college op grond daarvan het recht op bijstand had kunnen en moeten vaststellen. Volgens appellant is onduidelijk op grond van welke ontbrekende gegevens de aanvraag buiten behandeling is gesteld. Deze beroepsgrond slaagt. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.3.1.

Zoals beschreven in de rapportage heeft appellant bij verschillende gelegenheden stukken overgelegd, waaronder handgeschreven verklaringen over geldleningen betreffende de periode voorafgaand aan zijn aanvraag van 21 augustus 2012. Hij heeft tijdens het gesprek van 29 oktober 2012 een verklaring gegeven over de door hem gevoerde bedrijven en heeft verklaard dat hij niet beschikt over een administratie met betrekking tot de op 11 januari 2012 in een door hem gehuurd pand aangetroffen hennepkwekerij, noch van de in datzelfde pand eerder verrichte activiteiten met betrekking tot het opstarten van een confectiebedrijf of van het door hem gevoerde bedrijf[bedrijf]. In het bedrijfspand van laatstgenoemd bedrijf is in november 2009 een hennepkwekerij aangetroffen, waarop appellant dat bedrijf volgens eigen verklaring zou hebben gestaakt. Van [bedrijf] heeft appellant, met uitzondering van een aantal maanden in 2011, bankafschriften, een bewijs van opheffing van de zakelijke bankrekening en een bewijs van uitschrijving uit de Kamer van Koophandel overgelegd. In de rapportage staat vermeld dat het ontbreken van alleen voornoemde bankafschriften niet zonder meer tot een negatief besluit zou behoeven leiden.

4.3.2.

Uit het bestreden besluit en de daaraan ten grondslag liggende rapportage blijkt dat het college de door appellant verstrekte gegevens heeft beoordeeld en deze onvoldoende heeft geacht om inzicht te verkrijgen in zijn financiële situatie. In deze motivering van het bestreden besluit ligt besloten dat op de aanvraag van appellant wel inhoudelijk kon worden beslist. Onder die omstandigheden is geen plaats voor het oordeel dat appellant onvoldoende gegevens heeft verstrekt om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken, zodat het college niet bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen.

4.4.

Uit het voorgaande volgt dat het college in dit geval ten onrechte toepassing heeft gegeven aan artikel 4:5, eerste lid, van de Awb . De aangevallen uitspraak dient daarom te worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. De Raad ziet aanleiding om, met het oog op de definitieve beslechting van het geschil, zelf in de zaak te voorzien.

4.5.

De hier te beoordelen periode loopt van 21 augustus 2012 tot en met 12 november 2012.

4.6.

Voor de beoordeling van de vraag of de aanvrager verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden, is de financiële situatie van de aanvrager een essentieel gegeven. De aanvrager is gehouden de voor een goede beoordeling van de aanvraag vereiste gegevens over te leggen. Volgens vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 4 januari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP1399) is het bijstandverlenend orgaan in het kader van het onderzoek naar het recht op bijstand ook bevoegd om gegevens te vragen die betrekking hebben op de financiële situatie over de periode die onmiddellijk voorafgaat aan de datum met ingang waarvan bijstand wordt gevraagd. Indien de aanvrager niet aan de wettelijke inlichtingen- of medewerkingsverplichting voldoet, is dit een grond voor weigering van de bijstand indien als gevolg daarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.

4.7.

De gedingstukken bieden voldoende grondslag voor de conclusie dat op grond van de door appellant verstrekte gegevens het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Zoals is overwogen in de uitspraak van de Raad in de onder 1.2 genoemde zaken, is het recht op bijstand van appellant eerder ingetrokken omdat hij onvoldoende inlichtingen had verschaft, onder meer over zijn voorafgaand aan de onderhavige aanvraag om bijstand gevoerde bedrijven en de contante gelden waarover appellant heeft beschikt. Niet in geschil is dat appellant geen inzicht heeft gegeven in zijn activiteiten ten aanzien van deze bedrijven en daaruit verkregen inkomsten. Hij heeft geen inlichtingen willen verstrekken over de financiering van de op 11 januari 2012 aangetroffen hennepkwekerij. Ook van het confectiebedrijf heeft hij geen deugdelijke administratie overgelegd. Dat met het confectiebedrijf geen bedrijfsactiviteiten zijn ontplooid, zoals appellant heeft aangevoerd, staat hier niet aan in de weg. Het ontbreken van een adequate administratie komt voor rekening en risico van appellant. Gezien de voorgeschiedenis lag het op de weg van appellant om concrete en verifieerbare informatie te verstrekken over de wijze waarop hij in zijn levensonderhoud had voorzien. De in dat verband overgelegde verklaringen zijn daarvoor onvoldoende. Daaruit blijkt namelijk dat familieleden in de maanden december 2011, januari, februari, maart 2012 en vanaf 15 augustus 2012 bedragen variërend van € 50,- tot € 550,- per maand aan appellant hebben geleend. Nog daargelaten dat deze verklaringen onvoldoende concreet en verifieerbaar zijn en gelet op de hoogte van de genoemde bedragen evenmin een toereikende verklaring geven, hebben deze geen betrekking op de maanden april tot en met juli 2012. De enkele stelling van appellant dat hij vanaf januari 2012 contante bedragen heeft geleend van verschillende mensen, waaronder familieleden, om in zijn levensonderhoud te voorzien, is dan ook ontoereikend.

4.8.

Geoordeeld moet dan ook worden dat appellant niet op objectieve en verifieerbare wijze duidelijkheid heeft verschaft over zijn inkomsten over de periode voorafgaand aan zijn aanvraag om bijstand met als gevolg dat niet kan worden vastgesteld of hij recht op bijstand heeft.

4.9.

Gelet op 4.5 tot en met 4.8 zal de Raad het besluit van 12 november 2012 tot buiten behandeling stelling van de aanvraag van 21 augustus 2012 herroepen en bepalen dat de aanvraag om bijstand wordt afgewezen.

5. Aanleiding bestaat het college te veroordelen in de kosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 980,- in bezwaar, op € 980,- in beroep en op € 980,- in hoger beroep wegens verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 9 juli 2013;

- herroept het besluit van 12 november 2012, wijst de aanvraag van 21 augustus 2012 af en

bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 9 juli 2013;

- veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.940,-;

- bepaalt dat het college aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van

in totaal € 166,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs als voorzitter en E.C.R. Schut en G.M.G. Hink als leden, in tegenwoordigheid van C. Moustaïne als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2015.

(getekend) R.H.M. Roelofs

(getekend) C. Moustaïne

HD

Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature