Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online


 

E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2015:260
Centrale Raad van Beroep, 13-6320 WWB

Inhoudsindicatie:

Het feit dat (de verklaring van co-ouderschap) in een laat stadium op schrift is gesteld en overgelegd, vormt in het onderhavige geval evenwel geen aanleiding om aan die verklaring voorbij te gaan. Daarbij is van belang dat het bestuur, zoals blijkt uit het verhandelde ter zitting van de rechtbank, heeft verklaard dat de enige belemmering om appellant als co-ouder te kunnen aanmerken is het ontbreken van een verklaring van de ex-partner waaruit blijkt dat de zorg voor de zoon op fiftyfifty basis is verdeeld, terwijl het bestuur appellant daarbij tevens de gelegenheid heeft gegeven zodanige verklaring nog over te leggen. Nu appellant alsnog van die gelegenheid gebruik heeft gemaakt en behalve die verklaring ook het ... ouderschapsplan en de brief van de Svb heeft overgelegd, kan niet langer worden volgehouden dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van de Richtlijn B060. Appellant heeft met de in hoger beroep overgelegde stukken aannemelijk gemaakt dat hij reeds vanaf 12 april 2012 met het co-ouderschap van zijn zoon was belast.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug